Ter overdenking: Een behouden aankomst

Bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden.Psalm 61:8b

Dezer dagen hoor je het mensen veel tegen elkaar zeggen: “een goede reis toegewenst en een behouden aankomst!” Een mooie wens. Ook een niet overbodige wens, wanneer er vele honderden, soms wel duizenden kilometers worden afgelegd tijdens een vakantieperiode. Wat kan er onderweg allemaal niet gebeuren. Overigens; elke dag, ook bij kleinere afstanden die we afleggen, geldt dat het niet vanzelfsprekend is dat we weer veilig thuiskomen… En daarom; een behouden aankomst, dat wensen we iedereen toe. Maar we weten tegelijk ook dat het allerminst vanzelfsprekend is.
Vroeger werd nog wel eens gezegd: God belooft ons geen kalme reis, maar wel een behouden aankomst. Hiermee sprak men uit dat het leven hier op aarde een reis is met een eindbestemming. En ook dat de levensweg van een gelovige niet een ‘weg over rozen’ is, maar… hoe zwaar de levensreis ook mag zijn… een gelovige mag weten dat aan het einde van ‘de aardse reis’ de bestemming bij God ligt. Nu; we wensen elkaar allemaal deze dagen een goede reis en een behouden aankomst toe. Maar zullen we elkaar dan niet nog veel meer een levensreis toewensen waarbij sprake zal zijn van een behouden aankomst bij God?

In Psalm 61 spreekt David over ‘behoeden’. Behoeden, behouden… het komt van het werkwoord ‘houden’, en dan in de zin van ‘bewaren’ en ‘beschermen’. En David; hij wenst het niet, maar hij bidt erom! Hij bidt of God hem wil bewaren en beschermen. Ook David weet er inmiddels van dat het leven van de gelovige niet ‘over rozen’ gaat. Hij heeft, zo kunnen we opmaken uit het voorgaande in deze psalm, juist op de rand van de dood gebalanceerd. Maar de Heere heeft hem nog verlenging gegeven van de levensreis op aarde. En David, hij zegt in deze psalm dat hij geen stap meer wil verzetten zonder Gods goedertierenheid en waarheid. Want zegt David: het zijn deze Goddelijke goedertierenheid en waarheid… die mij behouden.
Waarom noemt David deze twee aspecten met betrekking tot ‘een behouden aankomst’? En ook: wat is dat precies, Gods goedertierenheid en waarheid?

Het woord goedertierenheid (chèsèd) laat zich in onze taal moeilijk vertalen. Er wordt met dit woord gedoeld op ‘de trouw binnen een liefdevolle relatie’. Wij kennen daarvoor het woord solidariteit, maar dat klinkt een beetje zakelijk en koud. David bidt om Gods blijvende solidariteit, niet zakelijk maar relationeel: in liefde en trouw. Ook heeft David het over waarheid (ʾèmèt). Op veel plaatsen in de Bijbel wordt ook dit woord vertaald met ‘trouw’. Als het om Gods waarheid gaat, wordt er bedoeld ‘de grote onoverwinlijke vastheid, waarin afspraken blijven zoals ze gemaakt zijn, hoe de omstandigheden ook mogen zijn’. David bidt dus om de vaste en stabiele liefde en trouw, eerlijkheid en betrouwbaarheid van God. Dat die met hem gaan. Hij weet: alleen zo zal ik behouden worden.

Maar er is nog iets. In deze woorden zit ook iets van een wederkerigheid. David, hij beseft dat als hij in de verbondsrelatie met God wil en mag leven, dat hij in deze niet allereerst en alleen afhankelijk is van God, maar dat God ook de relatie bevestigd wil zien richting Hemzelf. David heeft geleerd: waar er in ons leven sprake is van bedrog, onwaarachtigheid, leugen, ontrouw, en/of liefdeloosheid… daar en dan wordt er niet gegaan op de Weg des Levens. Dat is een manier van leven dat niet samen kan gaan met een leven met God. Wanneer dit in ons leven wel zo is, moeten we eerlijk erkennen… dan gaan we niet op het pad van de zaligheid, op de weg van de behoudenis. Daarmee gaan we op de weg van de zonden die uitloopt in de verlorenheid.

Het is dus niet om het even, waarom David hier bidt. Het is dus ook niet om het even, hoe het in uw, jouw en mijn leven ervoor staat. En daarom worden wij met dit gebed van David erop gewezen om te zoeken en te gaan over die ene Weg, de Heere Jezus Christus. Die van Zichzelf gezegd heeft: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. (Joh. 14:6) Niemand kan en zal een behouden aankomst hebben buiten de Heere Jezus Christus! Daarom, dat wij hierin toch David zullen volgen. Want ook voor u, jou en mij geldt: ga niet alleen door het leven, die last is u te zwaar. Laat Eén uw sterkte wezen… ga tot de Middelaar. Kom, ga als een David tot Hem! En als we van het heilspoor zijn afgedwaald, bekeer je dan en bidt dit gebed van David. Want alleen wanneer Gods goedertierenheid en waarheid het in je leven het voor het zeggen krijgt, krijgt je levensreis inhoud en komt je leven tot z’n bestemming. Alleen zo reis je getroost, met een helder reisdoel voor ogen. En zo ook mag je weten, geloven, ja vast vertrouwen dat, hoe de reis door dit leven ook verder gaan zal: garandeert… mij wacht een behouden thuiskomst! Adieu!

Kandidaat G. van den Berg



Voorgaande meditaties


Ga terug naar de vorige pagina Inloggen