Ter overdenking: Geen plaats
Omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.
Lukas 2: 7b
Een kribbe is een voerbak. Maria legt haar pasgeboren kind neer in een voerbak. Er is een traditie die zegt dat de Heiland geboren is in een grot. Het is niet onmogelijk dat het huisje waar Jozef en Maria logeerden bij een grot gebouwd was die als verblijf voor het vee dienst kon doen. Er zijn ook Palestinakenners die menen dat de ruimte waarin Jozef en Maria verkeerden een soort schaapskooi is geweest. Iemand die vele malen in het beloofde land verbleef, schrijft: “Het is in Bethlehem niets ongewoons om de nacht in zo’n grot door te brengen. Het is er warm; ik heb er zelf vaak overnacht. Ik reinigde de plek waar ik me wilde neerleggen, wikkelde me in mijn reisdeken en sliep gerust.”
Wel, hoe dit ook zij, we moeten in elk geval de gedachte vasthouden aan een ruimte waar beesten werden gevoed. Terwijl we in onze tijd een baby in een mooie wieg leggen, wordt Jezus neergelegd in een voerbak. Opnieuw een teken van Zijn vernedering, Hij moest verblijven in een ruimte die als stal voor de dieren dienst deed. Dan staat er nog veelbetekenend bij: “Omdat voor hen geen plaats was in de herberg.” Voor anderen was wellicht plaats in een herberg. In onze tijd zouden we zeggen: “Een hotel waar je kon overnachten”. Dat was voor Jozef en Maria niet weggelegd. Dat was voor Jezus niet weggelegd.
Intussen is dat tegelijk de rijkdom van het Kerstfeest, want Hij vernederde Zich vrijwillig. Hier begint reeds Zijn plaatsbekledend Middelaarswerk. Ook dit deel van Zijn vernedering was nodig tot ons behoud. Het eerste wat Christus doet in Zijn onbevlekte ontvangenis, is dat Hij de erfzonde van de Zijnen verzoent. Hier begint al wat Paulus later heeft gezegd: “…Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij,(dat is God de Vader,)zonde voor ons gemaakt.”, en dan zegt de apostel verder: “opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” (2 Kor. 5: 21)
Wat ons verder treft is dat de eerste Adam geschapen werd in een paradijs. Een paradijs dat in zes dagen tot een zingende en juichende lusthof was gemaakt. Alles was volmaakt, heel de schepping was volkomen door God tot aanzijn gebracht. Bomen, bloemen, planten juichten als het ware tot Gods eer, Adam mocht heerschappij voeren over alle dieren van het veld. Er heerste volkomen rust en vrede. Terwijl Adam en Eva de bekroning van de schepping werden.
Nu komt Christus als de tweede Adam. Niet in een paradijs. In een wereld, vervloekt vanwege de zonde, de aarde bracht doornen en distels voort. De wereld verwacht Hem niet. Integendeel, de wereld moest niets van Hem weten. Als Herodes hoort dat er een Koning is geboren in Bethlehem, laat hij alle kinderen van twee jaar en jonger in de omgeving van deze plaats uitmoorden. Pure vijandschap jegens de Messias. De kerkelijke leiders van die tijd zaten ook niet op Hem te wachten. Ze hebben wel de weg gewezen naar Bethlehem. Maar zelf zochten ze Hem niet op, integendeel! Later hebben ze hem alleen maar aangevallen en geprobeerd Hem met allerlei spitsvondigheden schaakmat te zetten. Uiteindelijk hebben zij Hem gekruisigd.
Maar dan de bereidwilligheid van de Heiland, Hij kwam bewust naar deze verdorven aarde. Hij daalde neer in onze armoede. Gods enige en eeuwige Zoon werd mens! Hij vernederde Zich om voor ons de zonde te verzoenen en de schuld uit te delgen. De voet van het kruis staat in Bethlehem, staat buiten het paradijs, daar heeft Hij het heil bereid voor de Zijnen. Voor eenvoudige herders, voor vooraanstaande sterrenkundigen. Voor mensen die leren dat zij uit en van zichzelf voor God niet kunnen bestaan, maar dat ze een schuldovernemende Immanuël nodig hebben. Als de Heilige Geest hen dan uitdrijft tot Hem, wordt het wonder van hun leven dat Hij voor hen de prijs van de verlossing heeft verworven. Dan gaan zij net als de herders en de wijzen uit het Oosten dat Kind aanbidden, dienen, belijden, volgen. Dan wordt het Kerstkind hen alles waard. Dan wordt Hij het leven van hun leven. Dan gaan zij in Zijn armoede, Zijn heerlijkheid zien. Calvijn merkt op: “Hij is derhalve naar een stal verwezen en in een kribbe neergelegd opdat ons de hemel geopend zou worden, niet maar als een oord van kortstondig verblijf, maar als een eeuwig vaderland en blijvend erfgoed en opdat de engelen ons in hun gezelschap zouden ontvangen!”
We werpen nog één keer een blik op de woorden van onze tekst: “Omdat voor hen geen plaats was in de herberg.” We hebben het al gezien: de kerk was niet om Hem verlegen en de wereld wilde Hem niet ontvangen. Is er in uw leven al plaats voor Hem gemaakt? Als de Heilige Geest in ons hart werkt dan leren we onze zondenood verstaan, maar dan leren we Hem ook te omhelzen in het geloof. Dan worden we van vijanden van de kribbe en het kruis volgelingen van de geboren Kerstkoning. Onderstaand gedicht spreekt daarvan op treffende wijze:
De Heiland werd geboren
te Bethlehem in een stal.
Geen plaats was voor die Redder
die Vorst van ’t groot heelal.
Geen plaats in rijke huizen
geen plaats op ’s konings troon.
Geen plaats in arme kluizen
voor deze Mensenzoon.
Ja, toch een plaats in ’t harte
waar ’s Heeren Geest in leeft.
Voor Hem Die door Zijn smarte
genâ verworven heeft.
Voor Hem Die kruis en lijden
geringer heeft geacht,
dan ’t heil van elke zondaar,
die op ontferming wacht!”
Ds. T.C. Guijt
Voorgaande meditaties
Vertroosting, verheuging en verlangen
Geen been gebroken
De gebonden Middelaar
Het lijden van de Vader
Toon alle nieuwsberichten