Ter overdenking: Leven van het wonder

En het geschiedde, als die vaten vol waren, dat zij tot haar zoon zeide: Breng mij nog een vat aan; maar hij zeide tot haar: Er is geen vat meer. En de olie stond stil. Toen kwam zij, en gaf het de man Gods te kennen; en hij zeide: Ga heen, verkoop de olie, en betaal uw schuldheer; gij dan met uw zonen, leef bij het overige. 2 Koningen 4 : 6 en 7

Meer dan eens is Elísa betrokken geweest bij een wonder. Op een bijzondere wijze manifesteerden zich Gods macht en zorg in het optreden van deze profeet. Zo ook in de geschiedenis die nu onze aandacht vraagt. We ontmoeten een vrouw in grote nood. Ze heeft een schuld die betaald moet worden terwijl ze niet betalen kan. Eenvoudig omdat het geld ontbreekt. De situatie is nijpend omdat de schuldheer onverbiddelijk is in zijn eis. Uitstel van betaling is onbespreekbaar. Het betreft een kwetsbare vrouw omdat ze door de dood van haar man weduwe is geworden. Een groot verdriet waar je pas ín kunt komen als je het zelf hebt meegemaakt. We krijgen de indruk dat ze nog niet zo oud is omdat er nog kinderen thuis zijn. In ieder geval draagt ze alleen de zorg voor haar gezin. Een zware taak die we niet moeten onderschatten. Ik denk aan alle éénoudergezinnen vandaag. Zij mogen best wat extra aandacht krijgen in onze voorbede.



Omdat er destijds nog geen sociale voorzieningen waren, heeft de weduwe in 2 Koningen 4 schulden moeten maken. Inmiddels is het moment van terugbetaling aangebroken. De schuldheer weet dat de vrouw niet aan zijn eis kan voldoen. Daarom heeft hij een ander voorstel gedaan. Laat haar beide zonen maar bij hem in dienst komen. Dat kwam er in de praktijk op neer dat deze moeder haar jongens min of meer moest verkopen. Volgens de wet van Mozes was zo’n regeling inderdaad mogelijk (zij het voor beperkte tijd). Maar diezelfde wet riep ook op tot barmhartigheid jegens weduwen en wezen. Helaas heeft die schuldheer van dit laatste weinig begrepen. Of wílde (!) hij het niet begrijpen? Uit het grondwoord kunnen we opmaken dat het om een meedogenloos mens ging. Het is geen wonder dat de weduwe met vrees en beven de komst van de schuldheer tegemoet zag.

In haar nood doet ze een beroep op Elísa. Hij heeft haar man nog gekend, omdat deze tijdens zijn leven een collega van de profeet was. Elísa weet ook hoe de vreze van Gods naam het leven van haar man doortrok (vers 1). Ten diepste doet de weduwe een beroep op Elísa’s God. En ‘wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot!’ Deze psalmregel blijkt ook in deze geschiedenis waar te zijn. Om te beginnen vraagt Elísa wat de vrouw in huis heeft. Dat is niet veel: slechts een kruik (olijf)olie. In opdracht van de profeet moet ze zoveel mogelijk vaten zien te krijgen. ‘Ga maar naar je buren, en vraag om alle potten en pannen die beschikbaar zijn. Het geeft niet wat het is, als het maar leeg is.’ Even later staat het huis van de weduwe zó vol dat ze nauwelijks nog een been kan verzetten.
Dan geschiedt het wonder. Vanuit haar eigen kruik (die ene) worden al die andere vaten volgegoten. Haar beide zonen lopen af en aan met lege en daarna volle vaten. De olie blíjft stromen. Daar zit Gods almacht achter! De Heere kan met weinig veel beginnen. Wie denkt bij deze geschiedenis niet aan het wonder van de spijziging toen Jezus over slechts vijf broden en twee visjes beschikte? Nee, het gaat op geen enkele wijze om sensatie. Elísa heeft de deur zorgvuldig laten sluiten (vers 4). Anderen behoeven niet te zien wat er gebeurt. Die gesloten deur zal bovendien de concentratie ten goede gekomen zijn. Het is maar een klein detail, maar er ligt wel een belangrijke les in. Leven van het wonder kan niet zonder de concentratie op God. Jezus heeft in de bergrede niet voor niets bevolen om tijdens het gebed de deur te sluiten, zodat we onder vier ogen met God zijn. Wij bidden zo vaak met de deur open zogezegd. Maar dat belemmert het stil worden voor God, de overgave en het geloofsvertrouwen, ja de levende hoop op Zijn hulp. En het gevolg is dat we wonderen niet eens als wonderen zien.

Als alle vaten vol zijn, laat de vrouw het aan Elísa weten. Op zijn bevel wordt de olie verkocht. De opbrengst is ruimschoots voldoende om de schuldheer te betalen. Er blijft zelfs geld over om samen met haar zonen van te leven. God heeft voor overvloed gezorgd. En weer zien we een lijn lopen naar Christus. Volgens Johannes 10 is Hij gekomen opdat zijn schapen het leven én …. overvloed hebben. De Heere is geen karige God. Stel dat die vrouw nog tien, twintig vaten meer had kunnen bemachtigen, dan zouden ook díe gevuld zijn. Daar hebt u weer een belangrijke les: hoe meer we van de Heere verwachten, hoe meer we ontvangen. Als het in ons leven geestelijk arm en leeg is, dan ligt dat niet aan God. Alsof Zijn bereidheid om te geven gebrekkig is. Nee, dat ligt aan onszelf. Aan de kleinheid van ons vertrouwen. We zetten bij wijze van spreken te weinig lege vaten neer.

Bij de Heere is een overvloed aan uitkomst en genade. Juist voor …. iemand die schulden heeft! Geldt dat van ons? Misschien zijn we in financiëel opzicht zonder schulden. Maar we hebben wel een schuld bij God. Een enorme schuld die we van onze levensdagen nooit afbetaald krijgen! Hebben we dat al ontdekt? En doen we een beroep op Zijn goedheid? ‘O God, ik kan het zelf niet in orde maken. Ik zou niet weten waar ik beginnen en eindigen moet. De zonde doortrekt mijn hele leven. Heere, ontferm U over mij.’ Bij Hem kloppen we nooit tevergeefs aan. Hij is een wonderlijke ‘Schuldheer’. De grootste schuld scheldt Hij kwijt. Wat is Hij anders dan die schuldheer uit het tekstgedeelte. Die kon alleen maar eisen! Zelfs de beide zonen van die weduwe eiste hij op, opdat door hún slavernij haar schuld voldaan kon worden. Maar God gaf Zijn eigen Zoon, de Enige Die Hij had. Voor een slavenprijs is Hij overgeleverd. En aan het kruis heeft Hij in plaats van Zijn volgelingen de schuld betaald. Ondertussen is er aan Gods eis voldaan. De verzoening is een feit! Voor wie? Voor ieder die met zijn schuld tot Christus vlucht.

Dat is een kwestie van levend geloof. De Heilige Geest werkt nooit buiten geloofsovergave om. Juist deze geschiedenis laat zien hoe belangrijk het geloof is om te delen in Gods ontferming. Stel dat die vrouw geen vertrouwen in Elísa (en vooral in diens God!!) had gehad …. dan was er niet één vat met olie gevuld. En dan was de schuld haar gezin en ook haarzelf fataal geworden. Kortom: ongeloof blokkeert Gods genade. Daarom is het steeds weer nodig dat we in het geloof op de Heere zien. Hij wordt door niets zó diep gekwetst als door ons ongeloof. Want ongeloof maakt Hem verdacht. Terwijl Hij nota bene door en door betrouwbaar is. Op Zijn beloften kunnen we aan. Wie het waagt met Zijn Woord, ontvangt de overvloed van Gods heil. Dat betekent concreet verlossing van je schuld. Gelukkig wie dagelijks leeft van dít wonder.

ds. J.C. Schuurman



Voorgaande meditaties


Ga terug naar de vorige pagina Inloggen