Ter overdenking: Uitstel... Levensgevaarlijk!

En als Paulus handelde van rechtvaardigheid en matigheid en van het toekomende oordeel, Felix, zeer bevreesd geworden zijnde, antwoordde: voor ditmaal ga heen; en als ik gelegen tijd zal hebben bekomen, zo zal ik u tot mij roepen.Handelingen 24:25

Hebt u ook wel eens de neiging om iets uit te stellen? Dat kan gevaarlijk zijn. We kennen in onze taal niet voor niets twee gezegden die daarvoor waarschuwen: "stel niet uit wat ge heden doen kunt" en "van uitstel komt afstel". Deze beide gezegden gelden zeker als het om de dienst van de Heere gaat. Weet wat u doet als u de geloofsbeslissing voor u uitschuift. Het kan een keer te laat zijn. Uitstel is levensgevaarlijk. We zien het helaas in het leven van Felix.
Het gaat om een Romeinse stadhouder die in Césarea woont. Hij draagt een mooie naam. Felix betekent namelijk 'De Gelukkige'. Maar of hij werkelijk gelukkig is ....? ‘t Is maar wat je onder geluk verstaat. Zijn leven is wonderlijk verlopen. Oorspronkelijk was hij een slaaf. Na zijn vrijlating heeft hij snel carrière gemaakt en is hij opgeklommen tot procurator ( stadhouder) van Judea. Als bestuurder is hij onbetrouwbaar en heeft hij een uitgesproken slechte reputatie. Ook wat zijn privéleven betreft ligt er het nodige scheef. Zijn huidige vrouw Drusilla heeft hij op een slinkse wijze ingepalmd en afgetroggeld van een ander. Hun huwelijk is dus via overspel tot stand gekomen. Al met al is het weinig verheffend wat we van Felix weten. Dat laten deze enkele pennenstreken ons zien.
Waar het ons in deze meditatie om gaat is de ontmoeting – of beter gezegd de confrontatie – met Paulus. De apostel is gearresteerd en vanuit Jeruzalem naar Césarea overgebracht. Felix heeft een sterk vermoeden dat hij onschuldig is. Ondertussen is zijn belangstelling voor de apostel gewekt en hij nodigt hem uit om iets te vertellen over het geloof in Christus. Dat doet Paulus graag. Hij neemt echter geen blad voor de mond. Paulus had met een aangepast Evangelie kunnen komen. Een boodschap naar de mens waar de ergernis uit verwijderd is. Maar ook nu weet de apostel zich dienaar van het Woord. Hij zoekt alleen God te behagen en geen mensen. Zonder aanzien des persoons brengt hij het Evangelie zoals hij meent het te moeten brengen. We proeven bij Paulus een grote bewogenheid met Felix en Drusilla. Ook zij zullen voor Gods rechterstoel moeten verschijnen. En het is vreselijk om dan onverzoend met God te zijn. Bovendien heeft de apostel Gods eer en recht op het oog.
Ondertussen gaat het al sprekend op een confrontatie aan. Paulus laat in alle eerlijkheid zien wat de consequenties van het Evangelie zijn. Hij stelt drie dingen aan de orde. In de eerste plaats rechtvaardigheid. Voor Gods aangezicht dienen we eerlijk en oprecht te leven. En dát terwijl er in Felix’ leven zoveel scheef zit. Als bestuurder is hij niet betrouwbaar. De apostel spreekt in de tweede plaats over matigheid. We kunnen ook vertalen: zelfbeheersing. Dat slaat vooral op het huwelijksleven van dit stadhoudersechtpaar. Tenslotte begint hij ook nog over het toekomende oordeel. Als wij erbij waren geweest hadden we misschien onze adem ingehouden. Is dat wel verstandig, Paulus? Stoot je zo de mensen niet af? Dat zijn van die overwegingen waarmee wij in gesprekken met andersdenkenden kunnen zitten. Maar Paulus is eerlijk. Zijn enige verlangen is om Felix en Drusilla te bewegen tot het geloof ín en tot de overgave áán Christus. De liefde ván en tót zijn Meester dringt hem.
De stadhouder wordt diep geraakt. Paulus’ woorden verontrusten hem in hoge mate. Er staat dat hij zéér bevreesd is geworden. Er vaart een huivering door hem heen. Ondertussen staat Felix op een beslissende tweesprong. Óf hij gaat voor God door en op de knieën, óf hij schuift de boodschap weg. Wat zou het heerlijk zijn als Felix op dit moment met de vraag van de cipier uit Filippi zou komen: ‘Wat moet ik doen, opdat ik zalig worde?’ Maar vrees leidt niet automatisch tot bekering omdat de ene vrees de andere niet is. Het is bij Felix helaas niet de heilzame vrees die doet buigen voor de Heere. De stadhouder handhaaft zichzelf en stelt een beslissing uit. ‘Voor ditmaal, ga heen. Het komt me nu niet langer gelegen, geachte Paulus. Een andere keer praten we verder.’ Dwaze Felix. Gelooft hij werkelijk dat er wat hem betreft ooit ‘een gelegen tijd’ komt om God in zijn leven toe te laten? Het komt ons toch nooit uit! Wij zitten vanuit onszelf niet te wachten op Gods genade. Laten we het niet mooier maken dan het is. Bovendien doet Felix alsof hij zelf over de (levens)tijd beschikt. Wie garandeert dat er een ‘later’ komt?
Een aangrijpend moment. Ten diepste wijst Felix nog niet eens Paulus af maar de Heere Die hem en Drusilla genadig de hand reikt. De afwijzing wordt keurig ingekleed in de vorm van uitstel. Maar ook een beleefd nee is en blijft nee! Herkennen we het misschien? Felix heeft door de eeuwen heen heel wat dubbelgangers gehad, tot in onze tijd toe. Hoe reageren wij zelf op het Evangelie? De neiging om de beslissing uit te stellen is zo’n herkenbaar mechanisme. Als we jong zijn willen we eerst van het leven genieten (alsof dat alleen zonder God kan!). Als we wat ouder geworden zijn hebben we het te druk met ons gezin of ons werk. En als we op leeftijd gekomen zijn gaat helaas het gezegde ‘hoe ouder, hoe kouder’ nogal eens op. Wat is uitstel toch een gevaar! En toch gebeurt het. Na die preek die we nooit zullen vergeten bijvoorbeeld. Toen voelden we duidelijk: nu is het buigen of breken. Of na dat plotselinge sterven van iemand die we goed hebben gekend. Er ging een roepstem vanuit! We waren geschokt. Maar heeft het ons aan de voeten van Christus gebracht? Of stelden we het voor de zoveelste keer uit? Hoe lang nog ....?
Volgens vers 26 heeft Felix Paulus nadien regelmatig bij zich laten komen. Maar we krijgen de indruk dat die vrees van de eerste keer eenmalig is geweest. Andere motieven houden Felix bezig. Hij hoopt dat de apostel met een omkopingsvoorstel komt zodat zijn portemonnee wordt gevuld. Wat is geld toch een demonische macht, ja een strik die mensen doet verzinken in verderf en ondergang. Na die eerste schrik is Felix’ geweten weer toegeschroeid. Huiveringwekkend! De redding van de ondergang en het eeuwige leven zijn nota bene voor zijn voeten neergelegd, maar Felix slaat op zo’n grote zaligheid geen acht. Van uitstel komt bij hem inderdaad afstel! Onwillekeurig komen woorden uit Psalm 95 op ons af. De beste tijd om voor de Heere te vallen is nú. Niet morgen. Nú, terwijl u deze meditatie leest. Uitstel is met recht levensgevaarlijk. Daarom: ‘Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord, verhardt u niet, maar laat u leiden.’
J.C. Schuurman



Voorgaande meditaties


Ga terug naar de vorige pagina Inloggen